Prikkelbaarheid meten
ALGEMENE TOEPASBAARHEID
De besproken principes gelden voor in vivo systemen van buizen waarvan de diameter door chronische en acute prikkels verandert, zoals het vaatstelsel bij hypertensie. Neem bijv. een patiënt met hypoxemie en hypercapnie. Deze leiden tot arterioloconstrictie in het longvaatbed (von Euler-Liljestrand reflex), zodat de bloeddruk in de art. pulmonalis stijgt. De nabelasting van de rechter ventrikel kan leiden tot een cor pulmonale. Langdurige pulmonale hypertensie leidt tot hypertrofie van de media en toename van de gladde spiermassa, vooral in de kleine pulmonaal-arteriën en arteriolen. Door de kleinere uitgangsdiameter van kleinere longvaten en de toename van de spierrok is er een versterkte toename in de pulmonalisdruk per eenheid van daling van O2 of stijging van CO2 spanning: 'hyperreactiviteit' van de longvaten. Bij een toegenomen dikte van de media leidt een verbetering van de ventilatie gelukkig ook tot een grotere daling van de pulmonalisdruk dan bij normale media dikte. Er zijn dus analogieën in het pathofysiologische mechanisme dat ten grondslag ligt aan de vernauwende en verwijdende respons ('reactiviteit') van bloedvaten en luchtwegen.