Deeltjesgrootte en -depositie
DEPOSITIEPATROON IN LUCHTWEGEN
Verreweg de meeste partikels met een straal
van 5-10 µm slaan neer op de tracheobronchiale mucosa. Deeltjes
tussen 0.5-5 µm slaan vooral neer ter hoogte van de alveoli;
circa 50% van deeltjes van 0.5 µm blijft in alveoli achter.
De neus, de farynx en de onderste luchtwegen klaren dus zeer effectief
partikels uit de ingeademde lucht, zodat de belasting van de alveoli
met deeltjes gering is. Bij uitschakeling van de neus, bijv. door
mondademhaling tijdens lichamelijke inspanning, neemt de belasting
met partikels van de grote intrathoracale luchtwegen toe. Neergeslagen
deeltjes worden met mucus uit de bronchus naar de
pharynx verwijderd
door trilhaaractiviteit (mucociliaire ladder), of door fagocytose
en afvoer via bloed- en lymfestroom. Niet inerte stoffen gaan een
interactie met hun omgeving aan die we later behandelen. Inerte
partikels kunnen overigens drager zijn van niet-inerte of aggressieve
stoffen die aan het oppervlak hechten.
Toets nu uw kennis. Klik op 'Verder' voor 2 meerkeuzevragen. Beantwoording vergt 5 minuten.