Hoe dikker de wand, hoe uitgesprokener
de luchtwegvernauwing voor dezelfde spierverkorting.
UITGANGSDIAMETER
Stel,
bij drie personen is de uitwendige diameter van de luchtweg dezelfde,
maar de dikte van de luchtwegwand neemt toe van persoon 1 naar persoon
3. Deze verschillen worden met standaard longfunctie-onderzoek nauwelijks
gedetecteerd. We prikkelen elk van de luchtwegen met histamine of
methacholine. Bij gelijke spierverkorting neemt de uitwendige diameter
even veel af. De afname van het lumen is sterker naarmate de luchtwegwand
binnen de spierrok dikker is. Een kleinere inwendige uitgangsdiameter
leidt dan tot sterkere luchtwegobstructie bij provocatie van de
luchtweg. Door alleen naar de toename van de luchtwegweerstand te
kijken kan de verkeerde conclusie worden getrokken, dat van persoon
1 tot 3 de mate van spierverkorting toeneemt. Dit betekent dat patiënten
met nauwe luchtwegen (mucus, oedeem, infiltratie, celhyperplasie
en celhypertrofie) hyperreactieve bronchi lijken te hebben, terwijl
veel hiervan wordt verklaard door de kleinere uitgangsdiameter en
de dikkere wand.
Als gladde spieren contraheren
wordt de luchtweg vernauwd en weefsel richting het centrum
van de luchtweg verplaatst. De wanddikte neemt toe omdat weefsel
niet comprimeerbaar is. De weerstand in luchtwegen neemt
dus toe zowel door gladde spiercontractie als doordat verplaatsing
van de mucosa het lumen van de luchtweg vernauwt. Het omgekeerde
geldt tijdens bronchusverwijding.