Word een
Expert in Spirometrie

Type I reactie volgens Gell en Coombs

TYPEN OVERGEVOELIGHEIDSREACTIES

Door Gell en Coombs worden 4 typen overgevoeligheidsreacties onderscheiden:

Type I: hierbij binden mestcellen het Fc deel van IgE via hun Fc(ε)-receptoren. Als een allergeen via binding twee IgE moleculen overbrugt ('cross-linking') ontstaat een verbinding tussen Fc(ε)-receptoren. Dit leidt tot degranulatie van de mestcel en het vrijmaken van mediatoren, die een (allergische) ontstekingsreactie opwekken. Overgevoeligheid ontstaat na herhaald contact met het allergeen.

Voorbeelden van type I allergische reacties

Type II: een antilichaam (IgG of IgM) is gericht tegen antigeen van lichaamseigen of lichaamsvreemde (bijv. getransfundeerde) cellen. Dit kan cytotoxische reacties door killer (K) cellen uitlokken, of door via complement-activatie verlopende lysis.

Voorbeelden van type II overgevoeligheid

Type III: immuuncomplexen (antigeen en gewoonlijk IgG of IgM) slaan in weefsel neer. Hierdoor wordt complement geactiveerd en worden granulocyten (in mindere mate monocyten) aangetrokken, en treedt plaatselijk weefselbeschadiging en ontsteking op. De volgende ziektebeelden worden onderscheiden: acute en chronische serumziekte, en de Arthus reactie.

Voorbeelden van immuuncomplex aandoeningen

Type IV: met antigeen gesensibiliseerde T-cellen maken lymfokines vrij bij hernieuwd antigeencontact. Cytokines leiden tot een locale ontstekingsreactie en het aantrekken van macrofagen, die op hun beurt ontstekingsmediatoren vrijmaken. Antilichamen gericht tegen cel- of weefselantigeen zijn meestal auto-antilichamen; zij zijn minder vaak gericht tegen extrinsieke antigenen. Men onderscheidt de volgende typen IV overgevoeligheid: tuberculine type overgevoeligheid, en granulomateuze overgevoeligheidsreactie.

Ziektebeelden met type IV granulomateuze overgevoeligheidsreactie

Voorbeelden van ziekten veroorzaakt door auto-antilichamen

Top pagina | | | ©Philip H. Quanjer