Word een
Expert in Spirometrie

Aerodynamische diameter

De snelheid waarmee een partikel in een aerosol uitzakt door de zwaartekracht hangt af van de vorm, de afmetingen, zijn dichtheid en de visceuze weerstand bij het bewegen door lucht. De aerodynamisch equivalente diameter (AED) van een partikel berust op een concept dat er van uitgaat, dat de snelheid van zo'n deeltje kan worden vastgesteld. De AED is de straal van een bolvormig deeltje met dichtheid één (1 g per cm3) dat dezelfde uitzaksnelheid in hetzelfde gas heeft. Deeltjes met dezelfde AED vertonen hetzelfde dynamische gedrag.

Terug

Antidrome transmissie

De 'normale' neuronale transmissie verloopt van het excitatoire orgaan naar het eindorgaan. Worden bijv. strekreceptoren in de long geprikkeld, dan wordt de sensorische prikkel via de N. vagus naar centraal geleid. Als een motorisch neuron een respiratoire impuls geleidt gaat de informatie bijv. van de medulla oblongata naar perifeer en belandt via de N. phrenicus bij het diafragma. Ingeval van antidrome geleiding gaat de prikkel de omgekeerde weg.

Terug

Astma

Een klinisch syndroom gekenmerkt door toegenomen prikkelbaarheid van de lagere luchtwegen ten opzichte van allerhande prikkels. De belangrijkste fysiologische uiting van de verhoogde prikkelbaarheid wordt gevormd door wisselende luchtwegobstructie.

Terug

COPD

Onder chronisch obstructieve longziekten worden aan elkaar verwante syndromen samengebracht waartoe behoren chronische (obstructieve) bronchitis, ziekten van kleine luchtwegen ('small airways disease') en longemfyseem. Elk hiervan houdt verband met blootstelling aan tabaksrook.

Terug

Diffusie

Deeltjes bezitten kinetische energie waardoor zij eigen beweging hebben. Deze eigen beweging noemt men diffusie of Brownse beweging. De beweging leidt tot botsingen met andere partikels, waardoor de richting van beweging geen vast patroon vertoont. Bij een botsing met de mucosa van de luchtweg is het deeltje afgevangen.

Terug

FEV1

Het FEV1 is het volume dat in één seconde kan worden uitgeademd tijdens een geforceerde uitademing begonnen na een maximaal diepe inademing.

Terug

Impactie

Bij impactie botsen deeltjes door snelheid en massatraagheid op de luchtwegwand. Hoe groter de massa (gewicht), des te groter de massatraagheid. Alleen de kleinste deeltjes volgen het stroompatroon in luchtwegen, grotere delen slaan vooral neer daar waar de stroom door luchtwegvertakkingen wordt afgebogen.

Terug

Irritant receptoren

Irritant receptoren liggen in luchtwegen tussen epitheelcellen. Ze worden geprikkeld door mechanische stimuli, ingeademd stof, koude lucht, schadelijke gassen en sigarettenrook. Deze receptoren adapteren snel als zij voortdurend worden geprikkeld. Signalen worden doorgeleid via gemyelini-seerde vezels in de N. vagus.

Irritant receptoren in perifere bronchi zijn ongevoelig voor mechanische maar gevoelig voor chemische prikkels; het omgekeerde geldt voor centrale luchtwegen. De reflexboog leidt tot bronchoconstrictie en hyperpnoe.

Irritant receptoren zijn gevoelig t.o.v. histamine en dragen aldus bij tot de bronchusvernauwende reactie bij astmatici, bij wie histamine vrijkomt uit mestcellen of andere cellen.

Terug

J-receptoren

Juxta-capillaire of J-receptoren liggen waarschijnlijk in de alveolaire wand dicht tegen capillairen aan. Zij vuren als water zich interstitieel in de long ophoopt (longoedeem) en als er capillaire stuwing optreedt. De prikkel wordt via langzaam geleidende ongemyeliniseerde vezels in de N. vagus getransporteerd en leidt tot snelle, oppervlakkige ademhaling.

J-receptoren spelen waarschijnlijk een rol bij de dyspnoesensatie en de snelle oppervlakkige ademhaling van patiënten met interstitiële longziekten of met decompensatie van de linker ventrikel, tevens bij de kortademingheid na inspanning. De sensatie van dyspnoe gaat gepaard met een gevoel van verstikking of druk in hals en bovenste thoraxgedeelte. Bij sterkere prikkeling van de J-receptor ontstaat ook een droge hoest.

Terug

Kleine luchtwegen

Kleine luchtwegen worden zo genoemd als zij intrapulmonaal gelegen zijn en een diameter hebben van 2 mm of minder.

Terug

Langzaam aanpassende rekreceptoren in de long

Aangenomen wordt dat deze receptoren tussen gladde spieren gelegen zijn. Ze vuren als de long in volume toeneemt. Omdat hun activiteit min of meer gehandhaafd blijft als het longvolume verhoogd blijft staan ze te boek als 'slowly adapting stretch receptors'. Het signaal gaat via gemyeliniseerde vezels in de N. vagus naar de ventro-laterale kern van de tractus solitarius in de medulla oblongata. Door deze receptoren te prikkelen neemt de expiratietijd toe en daardoor de ademhalingsfrequentie af. Dit wordt de Hering-Breuer inflatie reflex genoemd. Deze reflex is van belang bij pasgeborenen en zuigelingen, maar is van geringe betekenis bij volwassenen tijdens de normale ademhaling.

Terug

Massatransport

Massatransport of convectie is het proces waarbij een vloeistof (gas is natuurkundig gezien ook een vloeistof) op grond van een drukverschil van de ene naar de andere plaats stroomt. Alle moleculen of deeltjes bewegen in dezelfde richting, in tegenstelling tot de situatie bij diffusie (Brownse beweging), waarbij de beweging chaotisch plaats vindt.

Terug

Maximale respons

De maximale respons is de sterkste luchtwegvernauwing die is opgetreden. Bij gezonden en patiënten met mild astma of COPD is de maximale respons aan een plateau gebonden, d.w.z. dat met toenemende dosis (concentratie) agonist de luchtwegvernauwing niet meer toeneemt.

Terug

Onderste en bovenste luchtwegen

Onverdeling in bovenste en onderste (intrathoracale) luchtwegen Intrathoracale luchtwegen die wel en niet kraakbeenhoudend zijn
Onderste (intrathoracale) luchtwegen. Kleine luchtwegen hebben een straal van <= 2 mm.

Volgens afspraak zijn de bovenste luchtwegen extra-thoracaal gelegen: nasofarynx, mond, larynx en extrathoracale trachea. De onderste luchtwegen zijn intrathoracaal gelegen. Ze worden gewoonlijk verdeeld in grote en kleine luchtwegen; kleine luchtwegen hebben een diameter van 2 mm of minder.

Terug

PC20

De PC20 is de concentratie van de stof in de toegediende aerosol die leidt tot een 20% daling in het FEV1.

De PC200 is de concentratie van de stof in de toegediende aerosol die de luchtwegweerstand verdubbelt.

Terug

PD20

De PC20 is de concentratie van de stof in de toegediende aerosol die leidt tot een 20% daling in het FEV1.

De PD20 is de toegediende dosis waarbij er 20% daling in het FEV1 optreedt. Door weging van de vernevelaar voor en na toediening van de aerosol wordt vastgesteld hoeveel mL vloeistof is toegediend; rekening houdend met de concentratie kan worden uitgerekend welke hoeveelheid (dosis) agonist is toegediend.

Terug

Reactiviteit

De reactiviteit van de luchtweg is de helling van de dosis-respons curve.

Terug

Sedimentatie

Bij sedimentatie zakken deeltjes onder invloed van de zwaartekracht uit. Bij hoge gassnelheid speelt sedimentatie geen rol, bij heel lage snelheid wordt het belangrijk. Omdat de meest perifere luchtwegen zulke kleine dimensies hebben en de gasstroom hier vrijwel nul is, speelt sedimentatie hier een relatief belangrijke rol.

Terug

Sensitiviteit

Sensitiviteit is de dosis (concentratie) van de agonist benodigd om luchtwegvernauwing uit te lokken.

Terug

Starling-Landis mechanisme

Starling-Landis principe van vloeistoftransport over capillaire membraanHet Starling-Landis mechanisme heeft betrekking op de factoren die verantwoordelijk zijn voor het watertransport over de capillaire membraan (tussen plasma en interstitium), afgebeeld tussen arteriole naar venule. Een rol spelen:

Top pagina | | | ©Philip H. Quanjer