Wat u zult leren over longgroei?
- De lichaamslengte kan worden gebruikt
om empirisch iets over longvolumes en volumestroom te zeggen, maar leidt niet tot begrip van wetmatigheden bij succesvolle
groei, want houdt geen rekening met de veranderende verhoudingen
tussen lichaamsdimensies tijdens de groei.
- Bij de groei moet een ongestoorde
functie van het organisme als geheel gegarandeerd zijn.
In de eerste jaren neemt het aantal alveoli en luchtwegen
eerst toe, daarna is er sprake van alleen vergroting hiervan.
- Vanaf het 6de jaar lijken de longen en luchtwegen
gelijkmatig in grootte toe te nemen: isometrische groei.
- Deze groei is niet anders bij patiënten
met astma.
- Astmapatiënten hebben, net als zij die
in de vroege jeugd longklachten hadden, ondanks een normale
groei een geringere luchtwegdoorgankelijkheid.
- De elastische eigenschappen van
longweefsel en van de thorax,
de veranderingen die hierin met de leeftijd optreden en
de veranderende vorm en eigenschappen van de thorax leiden
er toe, dat pasgeborenen en bejaarden longgebieden hebben
die tijdens de gewone ademhaling slecht of niet worden
geventileerd (luchtwegafsluiting). De slechtere oxygenatie
van bloed in zulke gebieden kan door de vorm van de oxyhemoglobine
dissociatiecurve niet worden gecompenseerd door grotere
ventilatie elders. Dit kan een verklaring vormen voor de
lagere arteriële
zuurstofspanning die bij hen wordt gevonden. Vooral pasgeborenen
en peuters, en bejaarden, lopen daarom het risico dat
bijv. virusinfecties tot uitgebreider luchtwegafsluiting
leiden en daarmee tot sterke dalingen van de zuurstofspanning,
met name in liggende houding.
- Al spoedig na de geboorte wordt
een 'volwassen' kooldioxidespanning van het lichaam bereikt
en tot hoge leeftijd gehandhaafd. Dit geeft aan dat de long
op zijn stofwisselende taak is berekend.