Andere lichaamsverhoudingen tijdens de groei
![]() |
![]() |
De lichaamsverhoudingen
veranderen vrij ingrijpend tijdens de normale groei. Het hoofd
groeit weinig en wordt dus relatief kleiner. De benen worden
naar verhouding langer, en de romp dus relatief korter.
Prader (onderste figuur) legde bij Zwitserse kinderen en adolescenten
vast dat de verhouding tussen de lengte van de benen en de zithoogte tijdens
de groei vrij sterk verandert. De zithoogte is de afstand van het zitvlak
tot de schedeltop als iemand gezeten is; het omvat dus ook de grootte
van het hoofd, de hals en het abdominale gebied, en is daarmee geen eenduidige
maat voor de hoogte van de thorax.
Duidelijk is in ieder geval dat tijdens de groei de benen naar verhouding
een steeds groter deel van de totale stahoogte gaan uitmaken. Pas aan
het einde van de groeispurt, bij het begin van de adolescentie, stabiliseren
de verhoudingen min of meer.
Conclusie
Doordat de longen in de thorax zijn gehuisvest (een deel van de romp), is het bij veranderende lichaamsproporties niet verbazend dat de verhouding tussen de longinhoud en totale lichaamslengte niet dezelfde blijft. Veranderingen in lichaamslengte leveren ons dus niet de schaalfactor op voor de groei van longafmetingen.
Begrijpen is beter dan weten. Laten
we daarom nog even naar het skelet kijken.

