Vorm en functie
We hebben ons tot de mens, een van
de primaten, beperkt. Onder de primaten zijn ook andere soorten.
De siamang is een betrekkelijke kleine soort, de gorilla een
grote. In de tekening worden ze ongeveer op dezelfde grootte
weergegeven. Een van de opvallende zaken is dat de diameter
van de lange pijpbeenderen sterker toeneemt dan de lengte.
De gorilla is veel zwaarder dan de siamang. Zou het gewicht
met de derde macht van de lengte toenemen, en het oppervlak
op doorsnee van een bot in arm of been met de tweede macht,
dan neemt de statische belasting van het bot per eenheid van
oppervlak toe met de lengte. Dat zou alleen kunnen als het
bot structureel sterker werd. Maar het skelet wordt niet alleen
onderworpen aan het dragen van statische lasten, ook de elastische
eigenschappen dienen te passen bij de andere dimensies. Dat
speelt bijv. een rol bij grote buigende en strekkende krachten
die optreden tijdens rennen en springen, het opstaan uit knielende
of hurkende houding, het opvangen van krachten tijdens het
skieën. Daarom is bij de gorilla het dragende skelet
zwaarder uitgevoerd dan bij de siamang. In de natuur blijken
species van dezelfde familie zodanig geschaald te zijn, dat
dezelfde belastbaarheid bestaat bij allerlei elastische belastingen,
zoals buigende en strekkende krachten. Dat kan alleen als
de verhouding tussen de lengte en het kwadraat van de diameter
dezelfde blijft. Dit gaat ook op voor de vertakking van bomen.
Het bewijs voor deze wet van 'elastische vergelijkbaarheid'
voert te ver; het is geleverd door McMahon en bijv. na te
lezen in 'TA McMahon, JT Bonner - On Size and Life, Scientific
American Library, New York, ISBN 0-7167-5000-7'.
Conclusie
De vorm moet zijn aangepast aan de functie en de belastbaarheid. De functie-eisen zijn bij pasgeborenen en jonge kinderen anders dan bij volwassenen van een species, zodat aanpassingen tijdens de groei een absolute voorwaarde zijn voor het voortbestaan van het individu en daarmee het succes van de soort.