De long als gaswisselaar
|
![]() |
We kunnen de groei van longen en luchtwegen ook beoordelen aan hoe goed de taak wordt vervuld om voldoende zuurstof aan te voeren, en kooldioxyde af te voeren. De gas aan- en afvoer moet in overeenstemming zijn met de gaswisselende massa, dus met het gewicht. Alle gas passeert door het alveolaire oppervlak. Om begrijpelijke redenen is er van groeiende mensen maar weinig studiemateriaal van de long voorhanden. Bij andere zoogdieren is vastgesteld (zie bovenste figuur) dat een sterke stijging van het alveolaire oppervlak na de geboorte wordt gevolgd door een zwakkere stijging. Er zijn soortgelijke aanwijzingen dat bij de mens de vergroting van het longvolume en het longoppervlak tot circa 6-8 jaar vooral tot stand komt door toename van het aantal alveoli van ± 17 miljoen tot ± 300 miljoen, en daarna vooral doordat ze groter worden. Ook neemt in deze periode het aantal luchtwegen nog toe.
Aan de gaswisseling valt het volgende
op. De kooldioxydespanning in bloed (blauw) is bij de geboorte
erg hoog, daalt de eerste uren dramatisch en verandert vervolgens
niet of nauwelijks tijdens het leven. De long blijft dus voortdurend aan zijn stofwisselende functie aangepast.
De zuurstofspanning (geel) verandert vrij aanzienlijk: laag direct na
de geboorte, stijgt ongeveer exponentieel tot de volwassenheid, waarna
er een langzame daling optreedt.
Conclusie
- De longgroei wordt eerst gekenmerkt door toename van het aantal, vervolgens door vergroting van de alveoli.
- De afvoer van kooldioxyde is voortdurend uitstekend geregeld
- De zuurstofvoorziening varieert tijdens groei en veroudering.
Om dit laatste te begrijpen moeten aandacht besteden aan de elastische eigenschappen van long en thorax.
