Isometrische groei van longen en luchtwegen: voorwaarden
We noemen de stroom die maximaal wordt
bereikt tijdens de geforceerde uitademing de maximale expiratoire
flow (MEF). Hoe groot is deze? Deze stroom wordt bepaald door
de maximale stroomsnelheid die wordt bereikt, en is natuurlijk
evenredig met het oppervlak (A) van de doorstroomopening van
de samengedrukte luchtweg. De maximale snelheid van de gasstroom
in de samengedrukte luchtweg wordt bepaald door de elastische
eigenschappen van de luchtwegwand; we nemen aan dat deze tijdens
de groei vergelijkbaar blijven. (Ook de elasticiteit van het
longparenchym - PL,el - speelt een rol, het is te specialistisch om daarop in dit
bestek in te gaan).
Als de straal (r) van luchtwegen en alveoli, en de lengte (L) van de luchtweg, naar rato toenemen tijdens de groei, is r/L constant. We hebben dus:
- MEF is evenredig is met A,
- A evenredig is met r2
- V is evenredig met r3
- dus dient MEF bij isometrische groei evenredig te zijn met V2/3 = V0,67.
We moeten nog wel rekening houden met het stroomprofiel dat ontstaat: turbulent of laminair. Dat gaan we nu doen.