Word een
Expert in Spirometrie

Indicaties

Bij aanwijzingen voor luchtwegobstructie, van welke ernst dan ook, bestaat er een indicatie voor het meten van het bronchusverwijdend effect. Immers, het is van belang om de beste, nu haalbare spirometrische waarden te bepalen. Ofschoon dit een momentopname is, is het van klinisch belang om te weten of de luchtwegobstructie geheel of grotendeels kan worden opgeheven, of dat er ondanks het toedienen van een bronchusverwijder nog obstructie van betekenis overblijft. We spreken dan van respectievelijk een volledig of partieel reversibele luchtwegobstructie. In het laatste geval is het veelal gewenst de ontstekingscomponent met corticosteroïden te bestrijden. Bedenk wel dat de reversibiliteit sterk kan fluctueren, afhankelijk van zowel de ernst van het ziektebeeld als de mate van prikkeling waaraan de patiënt op dat moment wordt blootgesteld [ref. 1].

Het bronchusverwijdend effect wordt vrijwel altijd gemeten na toediening van een snel- en kortwerkende bronchusverwijder. Hierbij hebben functionele agonisten, zoals de ß2-sympaticomimetica, de voorkeur boven receptor antagonisten, zoals anticholinergica of antileukotriënen. Omdat de effectiviteit van anticholinergica bij COPD relatief goed is, worden deze middelen ook regelmatig bij diagnostisch longfunctie onderzoek gebruikt.

Zie ook Dosering bronchusverwijder bij volwassenen
  Dosering bronchusverwijder bij kinderen

Ref. 1 - Variabiliteit in bronchusverwijdende respons binnen individuën
1 Kerstjens HAM, Brand PLP, Quanjer PhH, van der Bruggen-Bogaerts BAHA, Koëter GH, Postma DS, and the Dutch CNSLD Study Group. Variability of bronchodilator response and effects of inhaled corticosteroid treatment in obstructive airways disease. Thorax 1993; 48: 722-729.
2 Calverley PMA, Burge PS, Spence S, Anderson JA, Jones PW, for the ISOLDE Study Investigators. Bronchodilator reversibility testing in chronic obstructive pulmonary disease. Thorax 2003; 58: 659-664.
Top pagina | | | ©Philip H. Quanjer