Kwantificering van het effect
De verbetering van de luchtwegobstructie wordt meestal uitgedrukt in de toename van de FEV1. Hierbij wordt afgegaan op twee maten:
- De eerste is de toename als percentage (%) van de voorspelde waarde, middels de volgende eenvoudige berekening:
[waarde NA - waarde VOOR] x 100 / voorspelde waarde
Deze index werd door EGKS/ERS [1] aanbevolen omdat hij ongevoelig is voor regressie naar het gemiddelde, maar door ATS/ERS [2] wordt nu de volgende index gepropageerd: - De toename uitgedrukt als percentage van de beginwaarde:
[waarde NA - waarde VOOR] x 100 / beginwaarde - De tweede is (bij volwassenen) de toename in mL:
[waarde NA - waarde VOOR]
Wat houdt regressie naar het gemiddelde in, en waarom moet het worden vermeden? Meetwaarden worden beïnvloed door allerlei meetfouten. Daardoor kan de uitgangswaarde hoger of lager zijn dan de gemiddelde waarde die je zou vaststellen door heel veel metingen te verrichten. Is de uitgangswaarde lager dan dit 'ware gemiddelde', dan is de kans groot dat een volgende meting een hoger resultaat zal opleveren; je besluit dan ten onrechte tot een 'toename'. Wordt omgekeerd een uitgangswaarde gevonden die toevallig boven het werkelijke gemiddelde ligt, dan zal herhaling van de meting meestal tot een lager resultaat leiden, en wordt ten onrechte geconstateerd dat er een achteruitgang is. De verandering correleert dus negatief met de uitgangswaarde. Het zal duidelijk zijn dat men dus altijd zal moeten vermijden om verandering te relateren aan de uitgangswaarde, en dit gaat natuurlijk ook op voor onderzoek naar het effect van bronchusverwijders. Waalkens et al. [3] lieten zien hoe deze foutenbron een volkomen verkeerd beeld van de reactie op een bronchusverwijder kan geven.
Vanzelfsprekend is het belangrijk om na te gaan of de FVC dan wel IVC ook zijn verbeterd na bronchusverwijding. Dit kan duiden op een vermindering van residuaal volume, door afname van luchtwegafsluiting.
Het gebruik van de FEV1/VC ratio is bij de beoordeling van het bronchusverwijdend effect dan ook niet aan te bevelen. Immers, zowel de teller als de noemer van deze breuk kunnen verbeteren.
| Referenties | |
| 1 | Quanjer PhH, Tammeling GJ, Cotes JE, Pedersen OF, Peslin R, Yernault JC. Lung volumes and forced ventilatory flows. Eur Respir J 1993; 6 suppl. 16: 5-40. Erratum Eur Respir J 1995; 8: 1629. |
| 2 | Pellegrino R, Viegi G, Brusasco V, Crapo RO, Burgos F, et al. Interpretative strategies for lung function tests. Eur Respir J 2005; 26: 948-968. |
| 3 | Waalkens HJ, Merkus PJFM, van Essen-Zandvliet EEM, Brand PLP, Gerritsen J, Duiverman EJ, Kerrebijn KF, Knol K, Quanjer PhH. Dutch CNSLD Study Group. Assessment of bronchodilator response in children with asthma. Eur Respir J 1993; 6: 645-651. |