Bronchusverwijdende respons: kinderen, adolescenten en volwassenen
Het hierna volgende geldt zowel voor kinderen en adolescenten als voor volwassenen.
Bij 110 kinderen met astma drukte Waalkens (zie literatuur) de verandering in FEV1 na toediening van salbutamol uit als % van de uitgangswaarde, en zette dit vervolgens uit tegen het FEV1 als % van de voorspelde waarde. Het beeld lijkt te tonen, dat naarmate de uitgangsconditie slechter was de respons ook groter is. Dat is ook wat we intuïtief verwachten en bevestigt daarmee ons vooroordeel: hoe meer obstructie er is, hoe meer er valt te verbeteren, en patiënten met astma hebben (per definitie) een reversibele bronchusobstructie.
Wat we na toediening van een bronchusverwijder aan verandering meten heeft twee componenten:
- Er zijn spontane fluctuaties in het FEV1 die niets met de uitgangswaarde te maken hebben. Delen we zo’n toevallige verandering door een steeds kleinere uitgangswaarde, dan blaast artificieel de ‘respons’ erg op. Een procentueel grote verandering duidt dan uitsluitend op een kleine uitgangswaarde; voor het aantonen daarvan bestaan eenvoudiger methoden.
- De ‘echte’ verandering door bronchusverwijding. Deze respons is bij kinderen en adolescenten met astma iets groter naarmate er oorspronkelijk meer stoornis was.
Het kunstmatig opblazen van de gemeten verandering die ontstaat door te delen door een steeds kleinere uitgangswaarde kan teniet worden gedaan door de respons (ΔFEV1) uit te drukken als % van de voorspelde waarde.
Door spontane fluctuaties meet je soms een wat lagere waarde, dan weer een wat hogere waarde. Is de eerste waarde nogal klein, dan is de kans het grootste dat de volgende waarneming groter zal zijn, en omgekeerd (‘regressie naar het gemiddelde’).
Stel de gemiddelde waarde van het FEV1 bij een patiënt is 1000 mL, maar we meten een keer 900 mL resp. 1100 mL. Is 900 mL de eerste waarneming, dan is de relatieve verandering 100·(1100-900)/900 = 22%; is 1100 mL de eerste waarneming, dan is de relatieve verandering 100·(900-1100)/1100= -18%. Door de uitgangswaarde, met zijn toevallige fouten, in de noemer te plaatsen worden de veranderingen asymmetrisch van grootte. Dit effect kan worden omgaan door de verandering uit te drukken als fractie van de gemiddelde waarde: nu vinden we elke keer 10% verandering. Bij de bronchusverwijdende respons is elke trend nu praktisch verdwenen (figuur rechts), maar wordt de ‘echte’ bronchusverwijdende respons ten onrechte als een toevallige fluctuatie behandeld.
Literatuur over bronchusverwijding
- Sourk RL, Nugent: Bronchodilator testing: confidence intervals derived from placebo inhalations. Am Rev Respir Dis 1983; 128: 153-157.
- Tweeddale PM, Alexander F, McHardy GJR. Short term variability in FEV1 and bronchodilator responsiveness in patients with obstructive ventilatory defects. Thorax 1987; 42: 487-490.
- Eliasson O, Degraff AC. The use of criteria for reversibility and obstruction to define patient groups for bronchodilator trials. Influence of clinical diagnosis, spirometric, and anthropometric variables. Am Rev Respir Dis 1985; 132: 858-864.
- Meslier N, Racineux JL. Tests of reversibility of airflow obstruction. Eur Respir Rev 1991; 1: 34-40.
- Quanjer PhH, Tammeling GJ, Cotes JE, Pedersen OF, Peslin R, Yernault JC. Lung volumes and forced ventilatory flows. Eur Respir J 1993; 6 suppl. 16: 5-40.
- Brand PLP, Quanjer PhH, Postma DS, Kerstjens HAM, Koëter GH, Dekhuyzen PNR, Sluiter HJ, Dutch CNSLD Study Group. Interpretation of bronchodilator response in patients with obstructive airway disease. Thorax 1992; 47: 429-436.
- Waalkens HJ, Merkus PJFM, van Essen-Zandvliet EEM, Brand PLP, Gerritsen J, Duiverman EJ, Kerrebijn KF, Knol K, Quanjer PhH. Dutch CNSLD Study Group. Assessment of bronchodilator response in children with asthma. Eur Respir J 1993; 6: 645-651.
- Casan P, Roca J, Sanchis J: Spirometric response to a bronchodialtor. Reference values for healthy children and adolescents. Bull Europ Physiopath Resp 1983; 19: 567-569.
- Pardos Martinez C, Fuertes Fernández-Espinar J, Nerín de la Puerta I, González Pérez-Yarza E: Cuándo se considera positivo el test de broncodilatación. Anales Españoles de Pediatria 2002; 57: 5-11.
- Dales RE, Spitzer
WO, Tousignat P, Schechter M, Suissa S: Clinical interpretation
of airway response to a bronchodilator. Epidemiologic considerations.
Am Rev Respir Dis 1988; 138: 317-320.