Variabele extrathoracale luchtwegobstructie
Het patroon van de expiratoire curve is normaal, maar de inspiratoire volumestroom bereikt een plateau met een lage waarde. Dit is karakteristiek voor een variabele extrathoracale obstructie (een afwijking aan de hogere luchtweg die onder bepaalde omstandigheden als obstructie fungeert), b.v. ten gevolge van stembandparalyse. In zo’n geval zijn FVC en FEV1 normaal, want er is geen intrathoracale obstructie, en de hoge druk in de bovenste luchtweg drukt, als er geen gefixeerde obstructie is, de evt. obstructie open. Karakteristiek is dat FIV1 en FIV1/VC
abnormaal laag zijn. De figuur toont ook de flow-volume curve tijdens rustademhaling.
Bij slechte medewerking ontstaan geen reproduceerbare flow-volume curven. Ga er daarom in het algemeen van uit dat als een patiënt zijn best lijkt te doen een afwijkend patroon dat reproduceerbaar geblazen wordt serieus moet worden genomen. Controleer of er een inspiratoire of expiratoire stridor hoorbaar is.
Zie ook:
| Extrathoracale luchtwegobstructie | |
| Miller RD, Hyatt RE. Obstruction lesions of larynx and trachea: clinical and physiologic characteristics. Mayo Clin Proc 1969; 44: 145-161. | |
| Miller RD, Hyatt RE. Evaluation of obstructing lesions of the trachea and larynx by flow-volume loops. Am Rev Respir Dis 1973; 108: 475-481. | |
| Hyatt RE. Evaluation of major airway lesions using the flow-volume loop. Ann Otol Rhinol Laryngol 1975; 84: 635-642. | |