Word een
Expert in Spirometrie

Differentiëren tussenluchtwegobstructie en restrictie

Bij luchtwegobstructie is er spraken van een belemmering van de inspiratoire en/of expiratoire volumestroom. Wat voor een individu een normale volumestroom is hangt af van het longvolume: door kleinere longen wordt een kleinere volumestroom gegenereerd. Een lage FEV1/FVC ratio (“forced expiratory ratio”, FER) of FEV1/IVC ratio (Tiffeneau index), indices waarbij sprake is van een gemiddelde volumestroom (FEV1) gedurende 1 seconde min of meer gestandaardiseerd voor het longvolume (FVC of IVC), wordt daarom beschouwd als het kenmerk van luchtwegobstructie.

Kenmerkend voor een restrictieve longaandoening is dat het maximaal bereikbare longvolume te klein is. Dit betekent per definitie dat de totale longcapaciteit te klein is. Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals intrapulmonale longzieken (bijv. longfibrose) of extrapulmonale afwijkingen (zoals M. Bechterew of kyphoscoliose die de excursiemogelijkheden van de borst beperken doordat de thorax te stijf is of dat de bewegelijkheid door de wervelkolom wordt beperkt).

Top pagina | | | ©Philip H. Quanjer