![]() |
![]() |
Extrathoracale luchtwegobstructie
Obstructie van de halstrachea leidt tot verschijnselen als deze 50% of meer is vernauwd. Stroombelemmering kan ook optreden door processen in de subglottis en in de stembanden. Een geforceerde inademingsmanoeuvre leidt dan tot een groot drukverval over de vernauwing, zodat de intratracheale druk veel lager kan worden dan de druk in het omgevende halsweefsel. Dit leidt tot inspiratoire vernauwing van de trachea en tot stroombeperking
In plaats van een halfcirkelvormige inspiratoire flow-volume curve ontstaat er een met een afgeplat plateau. Bij een variabele extrathoracale obstructie heeft de maximale expiratoire flow-volume curve nog een normale configuratie. Bij een gefixeerde in- en expiratoire obstructie ontstaat zowel tijdens de expiratie als de inspiratie een plateau.

