Verdeling van FEV1 en VC
Zie hier een ongebruikelijk diagram. In het programma SpirXpert beslissen we eerst of FEV1%VC te laag is, zo ja over de mate van luchtwegobstructie. Hoe groter of kleiner de VC is voor leeftijd, lengte en geslacht, des te groter c.q. kleiner is in het algemeen het FEV1. Vandaar het gebruik van FEV1%VC, een afgeleide grootheid die niet meer alle oorspronkelijke informatie bevat. Het X-Y diagram toont de primaire meetgrootheden VC en FEV1 (uitgedrukt in standaarddeviatiescores, SDS); dat levert een ellipsvormige puntenwolk op. De FEV1/VC ratio is impliciet in deze figuur opgesloten. De ellips toont de begrenzing voor 95% van de gezonde populatie. VC en FEV1 van een patiënt die vallen binnen de ellips zijn niet te onderscheiden van die in een gezonde populatie. Let er op dat bij oude en korte mensen de voorspellingen van VC en FEV1 minder betrouwbaar zijn.
|
De grafische afbeelding leidt soms tot een iets andere interpretatie dan indien u de SDS van het FEV1, en vervolgens onafhankelijk daarvan van de VC beoordeelt. Bij het laatste wordt immers niet alle informatie gebruikt: de samenhang tussen de twee wordt genegeerd. De ondergrens van de standaarddeviatiescore van de ellips (die rekening houdt met de verdeling van zowel VC als FEV1) loopt door tot lagere waarden dan indien de ondergrenzen van FEV1 of VC geïsoleerd worden bekeken. Immers, de 5% die op grond van het FEV1 wordt ‘uitgesloten’ is niet dezelfde 5% die op grond van zowel FEV1 als VC wordt uitgesloten.
Een toelichting op de rode cijfers (klik op 1-7) wordt hier onder gegeven; gemakshalve sluiten we aan bij de onderverdeling in de figuur en bepalen fictief het 5 percentiel van het FEV1 bij een standaarddeviatiescore van –2, met dezelfde fictieve grens voor de VC. Let wel, -2SD bepaalt in de werkelijkheid niet het echte 5-percentiel, de keuze is alleen gemaakt omdat de -2SD lijn in de figuur goed is terug te vinden, dus voor uw gemak. In de praktijk ligt de 5-percentielgrens in de buurt van -1.64RSD.
- VC en FEV1 vallen binnen de ellips, die het 95% betrouwbaarheidsinterval voor gezonde, niet-rokende mensen aangeeft. Ook de standaarddeviatiescores van zowel FEV1 als VC vallen, individueel beoordeeld, binnen het normale bereik.
- FEV1 en VC gecombineerd vallen buiten het 95% betrouwbaarheidsinterval, terwijl FEV1 en VC elk afzonderlijk binnen de grens van 2 standaarddeviatiescores blijven die we voor deze gelegenheid aanhouden. Blijkbaar is FEV1 laag vergeleken met de (relatief grote) VC, leidend tot een lage FEV1/VC ratio bij deze persoon.
- FEV1 en VC gecombineerd blijven binnen het 95% betrouwbaarheidsinterval voor gezonde personen. Wordt elke index apart geëvalueerd, dan is FEV1 te laag (als we voor dit doel een ondergrens van -2 aanhouden voor de standaarddeviatiescore), terwijl de VC nog binnen het normale bereik is.
- De standaarddeviatiescore van zowel FEV1 als VC is veel groter dan -2 (de voor dit voorbeeld gehanteerde ondergrens); de waarde is zelfs ongebruikelijk groot voor de VC. De combinatie van FEV1 en VC valt buiten het 95% betrouwbaarheidsinterval voor gezonden niet-rokers. We hebben te maken met een normale FEV1 en een FEV1/VC ratio kleiner dan normaal in combinatie met een ongebruikelijk grote VC. Dit is een ongebruikelijke bevinding. Er wordt veelal aangenomen dat deze combinatie geen bijzondere betekenis heeft, met name als er geen effect is van bronchusverwijdende medicatie.
- De standaarddeviatiescore van de VC is groter dan -2 (de voor dit voorbeeld gehanteerde ondergrens), en daarom in isolatie beoordeeld binnen het normale bereik. Dhe score voor het FEV1 is duidelijke te laag; ook valt de combinatie van FEV1 en VC ver buiten het 95%betrouwbaarheidsinterval voor gezonde niet-rokers. We hebben te maken met een patient met duidelijke luchtwegobstructie maar met een VC binnen het normale bereik. Dit is een gebruikelijke bevinding bij lichte en matige luchtwegobstructie.
- Volgens alle criteria vallen FEV1 and VC buiten het normale bereik. De VC is sterker gestoord dan het FEV1; daarom is de FEV1/VC ratio bij deze patiënt ongebruikelijk groot. Buiten het ziekenhuis worden restrictieve ventilatoire stoornissen zelden gezien en is de belangrijkste zorg daarom zekerheid te krijgen dat de VC echt zo klein is, of dat de bevindinge berust of een niet correct uitgevoerde VC-manoeuvre. Een restrictieve stoornis kan niet worden vastgesteld op alleen spirometrische gegevens, kan wel worden uitgesloten op grond van een normale VC. Bij serieuze verdenking dient bevestiging te zijn gebaseerd op klinische bevindingen, lichamelijk onderzoek, röntgenfoto thorax en/of bepaling van de totale longcapaciteit.
- Welke criteria je ook aanlegt, FEV1 en VC zijn fors gestoord, een gebruikelijkbeel bij ernstige luchtwegobstructie..