Procent voorspelde waarde meestal misleidend
Een vrijwel verwaarloosbaar percentage publicaties, waarin gemeten met voorspelde longfunctiewaarden worden vergeleken, maakt niet gebruik van “procent voorspelde waarde”. Dit komt, doordat men ooit hiermee is begonnen en het gebruik vervolgens klakkeloos wordt overgenomen en doorgegeven; het gebruik leidt (ref. 1),
tenzij bij kinderen en adolescenten.
Hetzelfde geldt voor het uitdrukken van een verandering door een interventie (bijv. bronchusverwijding),
waar ten onrechte de verandering wordt uitgedrukt als percentage van de uitgangswaarde. Nog minder basis is er om er van uit te gaan dat 80% van de voorspelde waarde als ondergrens van het “normale bereik” moet worden genomen.
Wanneer is “% voorspelde waarde” niet misleidend? Als de spreiding om de voorspelde waarde proportioneel is met die voorspelde waarde. Met andere woorden, als bij een gezonde referentiegroep bij een kleine waarde van de voorspelling de spreiding hier omheen klein is, en bij een grote waarde naar verhouding groter. Links boven ziet u voor de referentiegroep van mannen het verband tussen de residuele spreiding in FEV1 en de lengte. Getrokken zijn de regressielijn en het 95% betrouwbaarheidsinterval voor individuele voorspellingen. Er is geen sprake van dat de spreiding klein is bij korte personen (met dus een laag FEV1) en hoog bij lange personen (hoog FEV1); als de residuele spreiding van FEV1 wordt uitgezet als functie van de leeftijd ziet u hetzelfde beeld. Ook bij vrouwen is de spreiding onafhankelijk van de leeftijd, hetgeen in de literatuur wordt bevestigd (ref. 2).
| Ref. 1 - Gebruik procent voorspeld niet bij volwassenen | |
| 1 | Sobol BJ. Assessment of ventilatory abnormality in the asymptomatic subject: an exercise in futility. Thorax 1966; 21: 445-449. |
| 2 | Oldham PD. Percent of predicted as the limit of normal in pulmonary function testing: a statistically valid approach. Thorax 1979; 34: 569. |
| 3 | Miller A. Prediction equations and ‘normal values’. In: Miller A, ed. Pulmonary function tests in clinical and occupational lung disease. New York, Grune & Stratton, 1986; 197-213. |
| 4 | Miller MR, Pincock AC. Predicted values: how should we use them? Thorax 1988; 43: 265-267. |
| 5 | Quanjer PhH. Predicted values: how should we use them (letter). Thorax 1988; 43: 663-664. |
| 6 | ATS Statement. Lung function testing: selection of reference values and interpretative strategies. Am Rev Respir Dis 1991; 144: 1202-1218. |
| 7 | Quanjer PhH, Tammeling GJ, Cotes JE, Pedersen OF, Peslin R, Yernault JC. Lung volumes and forced ventilatory flows. Eur Respir J 1993; 6 suppl. 16: 5-40. |
| Ref. 2 - Constante spreiding om voorspelde waarde bij volwassenen | |
| 1 | Drouet D, Kauffmann F, Brille D, Lellouch J. Valeurs spirographiques de référence. Modèles mathématiques et utilisation pratique. Bull Europ Physiopath Resp 1980; 16: 745-767. |
| 2 | Glindmeyer HW, Lefante JJ, McColloster C, Jones RN, Weill H. Blue-collar normative spirometric values for Causasian and African-American men and women aged 18 to 65. Am J Respir Crit Care Med 1995; 151: 412-423. |