Word een
Expert in Spirometrie

MEFx%, FEFx%

De maximale expiratoire volumestroom als x% van de FVC is uitgeademd (FEFx%) of nog x% van de FVC kan worden uitgeademd (MEFx%, index is in onbruik) wordt op één van drie manieren bepaald:

  1. Reproduceerbare flow-volume curven met de grootste van 3 reproduceerbare FVCs worden over elkaar geprojecteerd bij het beginpunt (TLC). Op de grootste FVC wordt een loodlijn opgericht bij 25, 50 en 75%. Het hoogste snijpunt van een van de drie curven levert de gezochte volumestroom op (enveloppe-methode) (ref. 1).
  2. Van 3 qua vorm en grootte reproduceerbare flow-volume curven wordt de volumestroom op 25, 50 en 75% van de FVC bepaald. De grootste waarde wordt gerapporteerd indien afkomstig van curven waarvan de FVC minder dan 5% van de grootste afwijkt (ref. 2).
  3. De waarde wordt gerapporteerd afkomstig van curven waarvan de som van FEV1 en FVC het grootst is (ref. 3 and 4).

De reproduceerbaarheid van de volumestroom neemt bij volwassenen en adolescenten in de geciteerde volgorde af. In de praktijk wordt meestal de derde aanbeveling (ATS) gevolgd, maar deze is niet bruikbaar bij jonge kinderen.

De volumestroom is tussen 25 en 75% van de FVC bij goed uitgevoerde manoeuvres inspanningsonafhankelijk doordat dan een intrathoracale smoorklep bestaat. Dat heeft tot het misverstand geleid dat het betrouwbaarder en ‘gevoeliger’ indices voor luchtwegobstructie zou opleveren dan bijv. het FEV1. Het tegengestelde is waar.

Relationship between MEF50 (FEF50) and MMEF (FEF25-75%)Vandaar dat aan voorspelde waarden van de FEFx% geen gewicht moet worden gehecht, wel aan de vorm van de flow-volume curve (zie karakteristieke flow-volume curven). Indien het FEV1 binnen de voorspelde norm valt maar de volumestroom niet, moet de laatste worden genegeerd (ref. 5).

De FEF50%FVC is zeer hoog gecorreleerd (verklaarde variantie 98%) met de MMEF = FEF25-75%, zodat met één van beide indices kan worden volstaan; de logaritmische transformatie in de figuur was nodig om de spreiding om de regressielijn enigszins gelijk te maken. De FEFx% wordt bepaald bij een bepaald percentage van de FVC en is daarom weinig geschikt om bij stoornissen in de FVC te worden gebruikt als index voor bronchusobstructie of bronchusverwijding, zoals is uitgelegd bij de MMEF (FEF25-75%).

(animatie tijdelijk met Engelse tekst)

Ref. 1 - EGKS en ERS
  In de herziene versie van het rapport van 1983 (Quanjer PhH (ed.) Standardized lung function testing. Bull Eur Physiopathol Respir 1983; 19 suppl. 5: 45-51) van de Europesche Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), gepubliceerd in 1993, zijn de voorspelde waarden van longindices onveranderd gebleven. Het rapport van 1993 werd formeel aanvaard door de European Respiratory Society (ERS).
Het volgende hoofdstuk handelt over spirometrie, voorspelde waarden en respons op bronchusverwijdende middelen:
Quanjer PhH, Tammeling GJ, Cotes JE, Pedersen OF, Peslin R, Yernault JC. Lung volumes and forced ventilatory flows. Eur Respir J 1993; 6 suppl. 16: 5-40.
   
Ref. 2 - EGKS 1983
  Quanjer PhH (ed.) Standardized lung function testing. Bull Eur Physiopathol Respir 1983; 19 suppl. 5: 45-51.
   
Ref. 3 - Aanbevelingen ATS
  American Thoracic Society. Standardization of spirometry: 1994 update. Am J Respir Crit Care Med 1995; 152: 1107-1136.
   
Ref. 4 - ERS/ATS consensus
  Miller MR et al. Standardisation of spirometry. ATS/ERS task force: standardisation of lung function testing. Eur Respir J 2005; 26: 319-338.
   
Ref. 5 - Interpreteer het FEV1, niet de FEFx%
  American Thoracic Society. Lung function testing: selection of reference values and interpretative strategies. Am Rev Respir Dis 1991; 144: 1202-1218.
  Quanjer PhH, Tammeling GJ, Cotes JE, Pedersen OF, Peslin R, Yernault JC. Lung volumes and forced ventilatory flows. Eur Respir J 1993; 6 suppl. 16: 5-40. (recommendations European Community for Coal and Steel, and European Respiratory Society).
   
Top pagina | | | ©Philip H. Quanjer