MMEF, FEF25-75%
De MMEF (maximum midexpiratoire flow) is de gemiddelde expiratoire volumestroom over de binnenhelft van de FVC. Het dient te worden afgeleid van de geforceerde uitademing die de hoogste som van FEV1 + FVC oplevert (procedures, ref. 2). Deze index is bijzonder hoog gecorreleerd met de MEF50%FVC, zodat de ene index geen voordeel biedt boven de andere. De MMEF wordt gebruikt als index van bronchusobstructie, maar daaraan zijn bezwaren verbonden:
- Omdat MMEF = ½FVC/Δt (waar Δt = tijd benodigd voor het uitademen van de middelste helft van de FVC), zal elke aandoening die de FVC beïnvloedt ook doorwerken in de MMEF, net zoals bij FEFx%. Omdat het uitgeademde volume niet lineair met de tijd toeneemt wordt bij luchtwegobstructie bij een afname van de FVC de verandering in Δt gemaskeerd, zodat de mate van luchtwegobstructie wordt onderschat. Hieruit volgt dat de MMEF in hoge mate afhangt van een correcte bepaling van de FVC en van de mate van expiratoire inspanning.
- Bij bronchusverwijding geldt het omgekeerde bezwaar: verbetering wordt door een toename van de FVC onderschat. Het is zelfs mogelijk dat indien de FVC en het FEV1 sterk toenemen na toediening van een bronchusverwijder de MMEF niet verandert of kleiner wordt. Deze bezwaren kunnen worden ondervangen door de MMEF voor en na interventie bij dezelfde (grootste) FVC te bepalen. In de gebruikelijke apparatuur bestaan hiervoor echter geen voorzieningen.
Deze bezwaren gelden ook voor longitudinale observaties, tenzij de FVC niet zou veranderen. Aan een verbetering van de MMEF na toediening van een bronchusverwijder zonder verbetering in FEV1 en/of VC moet geen betekenis worden toegekend (ref. 1). Bij herhaalde metingen van de MMEF dient deze bij hetzelfde longvolume te worden gemeten (ref. 2), anders kunnen bijv. na een verbetering in FEV1 door een bronchusverwijder paradoxe dalingen in de MMEF worden geregistreerd.
| Ref. 1 - Geïsoleerde verbetering in MMEF | |
| Berger R, Smith D. Acute postbronchodilator changes in pulmonary function parameters in patients with chronic airways obstruction. Chest 1988; 93: 541-546. | |
| Ref. 2 - Beoordeel longitudinale metingen MMEF isovolumetrisch | |
| 1 | Olsen CR, Hale FC. A method for interpreting acute response to bronchodilators from the spirogram. Am Rev Respir Dis 1968; 98: 301-302. |
| 2 | Newball HH. The unreliability of the maximal midexpiratory flow as an index of acute airway changes. Chest 1975; 67: 311-314. |
| 3 | Sherter CB, Connolly JJ, Schilder DP. The significance of volume-adjusting the maximal midexpiratory flow in assessing the response to a bronchodilator drug. Chest 1978; 73: 568-571. |
| 4 | Stinson JM, McPherson GL, Darveaux R. Use of the isovolume FEF25-75% to assess small airway obstruction. Respir Care 1980; 25: 59-62. |
| 5 | Cockcroft DW, Berscheid BA. Volume adjustment of maximal midexpiratory flow: importance of changes in total lung capacity. Chest 1980; 78: 595-600. |
| 6 | Berger R, Smith D. Acute postbronchodilator changes in pulmonary function parameters in patients with chronic airways obstruction. Chest 1988; 93: 541-546. |
Aanbevolen procedures |
|
| 1 | Quanjer PhH, Tammeling GJ, Cotes JE, Pedersen OF, Peslin R, Yernault JC. Lung volumes and forced ventilatory flows. Official Statement of the European Respiratory Society. Eur Respir J 1993; 6 suppl. 16: 5-40 |
| 2 | Miller MR et al. Standardisation of spirometry. ATS/ERS task force: standardisation of lung function testing. Eur Respir J 2005; 26: 319-338. |