FIVC
- geforceerde inspiratoire vitale capaciteit
De volumeverandering van de long tussen een maximale inademing en maximale uitademing. De bepaling van de FIVC wordt verricht tijdens een maximaal snelle inademing begonnen na een maximaal diepe maar niet snel uitgevoerde uitademing. We spreken van de geforceerde inspiratoire vitale capaciteit (FIVC).
Tegenwoordig worden vaak snelle uit- en inademingsmanoeuvres direct na elkaar uitgevoerd, zoals tijdens het registreren van maximale expiratoire en inspiratoire flow-volume curven. De volgorde doet er hierbij toe. Wordt door patiënten met uitgesproken luchtwegobstructie vanaf het rustademniveau eerst zo volledig mogelijk uitgeademd, vervolgens een FIVC manoeuvre direct gevolgd door een FVC manoeuvre uitgevoerd, dan is de FIVC bijna altijd groter dan FVC. Wordt echter eerst een FVC manoeuvre uitgevoerd, dan levert de daarop volgende maximale inademing een vrijwel gelijk volume op als de FVC: het aldus bepaalde volume mag daarom niet als IVC of FIVC worden aangemerkt
- De manoeuvre wordt door de meeste mensen moeilijk gevonden. De figuur toont enkele gewone ademhalingen, de maximaal diepe uitademing, en de versnelde registratie van de FIVC manoeuvre.
- Bepaling van de FIVC wordt vrijwel altijd gecombineerd met die van het FIV1 (het in één seconde maximaal ingeademde volume begonnen vanaf het niveau van het residuaal volume).
- Verreweg de meest voorkomende oorzaak voor een te kleine FIVC is expiratoire luchtwegobstructie, soms een restrictieve aandoening.
Aanbevolen procedures
- Quanjer PhH, Tammeling GJ, Cotes JE, Pedersen OF, Peslin R, Yernault JC. Lung volumes and forced ventilatory flows. Official Statement of the European Respiratory Society. Eur Respir J 1993; 6 suppl. 16: 5-40.