Cohort effect
De bevolking van Vlaardingen en Vlagtwedde was betrokken bij een longitudinaal onderzoek van o.a. de longfunctie. Na 12 jaar onderzoek waren per persoon maximaal 5 meetpunten beschikbaar. Dat bood de gelegenheid te onderzoeken of de leeftijdsgebonden trend in spirometrische indices hetzelfde was bij transversaal als bij longitudinaal onderzoek. De gegevens zijn te vinden in bijgaande animatie. (animatie tijdelijk met Engelse tekst)
De belangrijkste conclusies van het onderzoek zijn :
- Bij transversaal onderzoek van volwassen niet-rokers is er een afname van FEV1 en FVC met de leeftijd. De afname lijkt met de leeftijd wat toe te nemen maar wordt bij de oudsten constant, mogelijk ten gevolge van selectie-effecten.
- Bij longitudinaal onderzoek is er nog enige groei tot circa het 40ste jaar en pas daarna een jaarlijkse afname in FEV1 en FVC. Deze achteruitgang neemt toe met de leeftijd.
- Bij rokers worden dezelfde trends waargenomen. Met name bij mannelijke rokers zet de achteruitgang in FEV1 heel vroeg in, zodat er in longitudinaal onderzoek bij 20-jarigen al sprake is van een achteruitgang. Roken lijkt de leeftijdsgebonden achteruitgang met gemiddeld zo’n 10 jaar te vervroegen. Bij vrouwen wordt dit niet gevonden. Deze gegevens stammen echter uit de jaren 1970-1985, toen door vrouwen weinig werd gerookt, zodat niet kan worden uitgesloten dat bij vrouwen nu niet dezelfde trends zouden worden gevonden.
Deze bevindingen leiden tot de conclusie, dat bij regelmatig terugkerende metingen van een individuele volwassen patiënt de aan dwarsdoorsnede-onderzoek ontleende regressiecoëfficiënt voor de leeftijd met verstand moet worden geïnterpreteerd. Hij is onder meer opgebouwd uit:
- een cohort-effect
- een intra-individueel verouderingseffect.