Mondstuk, gebit, tong en neusklem
Het mondstuk dat wordt gebruikt varieert van apparaat tot apparaat. Essentieel is dat de patiënt de lippen en de tanden er om heen plaatst, zodat er een wijde mondspleet is en de lippen stevig om het mondstuk klemmen. Een kunstgebit kan het beste worden ingehouden, omdat het onontbeerlijke steun geeft aan lippen en wangen; alleen als het zo slecht zit dat het tijdens de manoeuvre in de weg zit dient het te worden uitgenomen.
Sommige patiënten obstrueren vlak voor de aanvang van de geforceerde uitademing de mond of het mondstuk met hun tong voor een explosieve start. Instrueer dat dit niet moet en let er op dat zoiets niet gebeurt, want de piekflow wordt hierdoor artificieel hoog, zodat de piekflow en de vorm van de flow-volume curve niet goed beoordeelbaar zijn.
Een neusklem is voor geforceerde expiratoire ademmanoeuvres meestal geen absolute voorwaarde. Sommigen ademen echter op het eind van de geforceerde uitademing door de neus uit of in, zodat het beter is om altijd van een neusklem gebruik te maken.