Lichamelijke training, hoogte
Veel lichamelijke beweging vanaf jonge leeftijd leidt tot een grotere long door het vrijkomen van groeihormoon, dat via insuline groeifactoren de weefselgroei stimuleert. Door sterke ontwikkeling van schouderspieren (gewichtsheffen, roeien, boogschieten) kan via accessoire spieren de thorax beter worden geheven en neemt de totale longcapaciteit, en dus de vitale capaciteit, toe. Niet echter het FEV1, zodat de FEV1/VC ratio bij deze mensen relatief laag is. In het algemeen hebben atleten een voor lengte en leeftijd ‘normale’ longfunctie en kiezen zij een tak van sport om in te excelleren die het beste bij hun fysiek past.
Geboren en getogen bergbewoners boven 3000 m hebben een grotere dan normale long. Dit hangt waarschijnlijk samen met de stimulus tot longgroei die uitgaat van hypoxemie in de jeugd, maar mogelijk ook met een relatief grote lichamelijke activiteit.
Reference: Cotes JE. Lung Function. Assessment and application in medicine. Ed. 5, Blackwell Scientific Publications, Oxford, 1993.