Word een
Expert in Spirometrie

Flow-volume curve bij expiratoire obstructie

Bij expiratoire obstructie kunnen zich vijf situaties voordoen:

1. Gegeneraliseerde toename stromingsweerstand

AstmaDe luchtwegvernauwing vindt plaats in (vrijwel) alle intrathoracale luchtwegen, zoals bij astma, COPD en cystic fibrose. Hierbij is de wand verdikt. Voor dezelfde volumestroom wordt over een korter traject vanaf de alveolus een drukverval = PL,el bereikt, de smoorklep komt meer stroomopwaarts in gemakkelijk comprimeerbare luchtwegen terecht. De hier ontstane smoorklep laat een kleinere volumestroom toe. In principe is dus bij elk longvolume de volumestroom kleiner dan bij een gezonde. Omdat de smoorklep niet onmiddellijk zijn definitieve configuratie bereikt (zie animatie op voorgaande pagina) kan de expiratoire piekflow betrekkelijk ‘normaal’ zijn.

De figuur toont de flow-volume curve bij een patiënt met astma voor en na bronchusverwijding, de curve tijdens rustademhaling na bronchusverwijding, en de verwachte curve voor een gezonde (stippellijn).

2. Slappe long, zoals bij ‘zuiver’ longemfyseem

Doordat de elastische retractiedruk van de long klein is kan de smoorklep zich in kleinere, comprimeerbaarder luchtwegen nestelen (zie 1). Maar ook is de diameter van perifere luchtwegen afgenomen, want deze wordt mede bepaald door de elastische retractiedruk. Dit draagt bij aan een lagere volumestroom. De curve ziet er in principe niet anders uit dan rechts boven getoond

Flow-volume curve bij ernstige luchtwegobstructie3. Slappe long en gegeneraliseerde luchtwegobstructie

Het gaat om een combinatie van 1 en 2 bij COPD met longemfyseem.

 

4. Gefixeerde ernstige obstructie in grote intrathoracale luchtweg

Flow-volume curve en gefixeerde uitgebreide intrathoracale luchtwegobstructie

Bijv. bij een sterk obstruerende tumor in de intrathoracale trachea kan de locale stromingsweerstand zo hoog zijn, dat dit vernauwde stuk luchtweg verhindert dat een volumestroom ontstaat groot genoeg om tot een smoorklep te leiden. Immers, er is een drukverlies tussen alveolus van minimaal PL,el nodig, en daarvoor moet de volumestroom een minimumwaarde overschrijden. Pas bij laag longvolume leidt de combinatie van afnemende PL,el en toenemende weerstand tot het nestelen van een smoorklep stroomopwaarts en stroomlimitatie in perifeerder luchtwegen (of tot vermindering van volumestroom door luchtwegafsluiting).

5. Gefixeerde ernstige obstructie in extrathoracale luchtweg

Stroombeperking kan ontstaan zonder smoorklep als in de extrathoracale trachea of in de larynx een grote obstructie aanwezig is. Als de obstructie zo aanzienlijk is dat maar een beperkte expiratoire volumestroom kan worden gegenereerd kan het zijn, dat het drukverlies binnen de thorax (het product van luchtwegweerstand en volumestroom) kleiner is dan PL,el. In zo’n geval ontstaat geen intrathoracale smoorklep. De volumestroom blijft klein maar varieert nog wat met de inspanning van de patiënt.

Zieook Registratie flow-volume curve tijdens rustademhaling
  Inspiratoire flow-volume curve
   
Top pagina | | | ©Philip H. Quanjer