Afwijking ten opzichte van aanbeveling EGKS/ERS
In de aanbevelingen van EGKS en ERS (ref. 1) wordt gesproken van een ‘unambiguous response’ indien de toename in FEV1 en/of VC na een bronchusverwijdend medicament groter is dan 12% van de voorspelde waarde, en tevens groter dan 200 mL. Hiervan wordt in SpirXpert afgeweken om de volgende redenen.
| 200 mL criterium FEV1 | |
| Bij 4343 patiënten die in Academisch Ziekenhuis Dijkzigt werden onderzocht voor en na toediening van een bronchusverwijdend medicament ontstond bij 126 patiënten een toename in het FEV1 van >12% voorspelde waarde. Slechts één keer was de toename <200 mL, en wel bij een bejaarde en zeer kleine vrouw (85 jaar, 154 cm) bij wie de voorspelde waarde erg laag was (1200 mL). Als een bronchusverwijdende respons groter is dan 12% voorspelde FEV1 is de eis dat deze tevens >200 mL dus overbodig. Echter, een verandering van >200 mL is wel groter dan de spontane variabiliteit bij patiënten (ref. 3), en kan dus als lichte bronchusverwijding worden beschouwd indien de toename kleiner is dan 12% van het voorspelde FEV1. | |
| 9% criterium FEV1 | |
| Een toename in het FEV1 van >9% wordt door het Nederlands Huisartsengenootschap als een significante bronchusverwijdende respons geduid. Hiervoor zijn in de literatuur (ref. 4) ook argumenten te vinden. Daarom wordt een toename van 9-12% van het voorspelde FEV1 als een lichte, van >12% voorspelde FEV1 als een duidelijke respons gekwalificeerd.. | |
| (F)VC criterium | |
| Een bronchusverwijdende respons in FEV1 gaat meestal gepaard gaat met een toename in VC. Het is niet zonder meer duidelijk of een duidelijke toename in VC zonder noemenswaardige verandering in het FEV1 als bronchusverwijding moet worden geduid. In de literatuur (ref. 5) bestaat hier twijfel over omdat een geïsoleerde toename in de (F)VC een gevolg kan zijn van een langer volgehouden uitademingsmanoeuvre; één auteur meent zelfs dat het meestal om technische artefacten gaat (ref. 6). Op grond van de literatuur wordt een geïsoleerde toename in de VC (>12% voorspeld en/of >340 mL) daarom incidenteel onder de aandacht gebracht indien er formeel geen bronchusverwijdend effect in het FEV1 wordt gevonden maar deze wel is toegenomen en FEV1%(F)VC is toegenomen, onveranderd is of maximaal 2% is gedaald. Er is gesuggereerd (ref. 7) een grotere toename in de (F)VC dan in het FEV1 bij astmapatiënten als een bronchusverwijdende respons (volume- versus flow responders) te beschouwen. Daarbij wordt geopperd, dat dit kan worden verklaard doordat voorheen afgesloten luchtwegen worden geopend; hun doorgankelijkheid is voldoende om een grotere volumeverandering toe te laten, maar de bijdrage aan een toename van de volumestroom is klein. | |
| 200 mL criterium (F)VC | |
| Een significante verandering in VC bij patiënten dient volgens de literatuur (3 auteurs (ref. 7)) groter te zijn dan 330, 340 resp. 380 mL; de laatste twee betreffen kleine series patiënten. Het gewogen gemiddelde van de 3 studies is 350 mL. Het 200 mL criterium van EGKS en ERS is dus te laag. | |
| Zie ook: | Referentiewaarden voor volwassenen |
| SpirXpert software |
| Ref. 1 - EGKS en ERS | |
| In de herziene versie van het rapport van 1983 (Quanjer PhH (ed.) Standardized lung function testing.
Bull Eur Physiopathol Respir 1983; 19 suppl. 5: 45-51) van de Europesche Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), gepubliceerd
in 1993, zijn de voorspelde waarden van longindices onveranderd gebleven. Het rapport van 1993 werd formeel aanvaard door de European Respiratory Society
(ERS). Het volgende hoofdstuk handelt over spirometrie, voorspelde waarden en respons op bronchusverwijdende middelen: Quanjer PhH, Tammeling GJ, Cotes JE, Pedersen OF, Peslin R, Yernault JC. Lung volumes and forced ventilatory flows. Eur Respir J 1993; 6 suppl. 16: 5-40. |
|
| Ref. 2 - EGKS 1983 | |
| Quanjer PhH (ed.) Standardized lung function testing. Bull Eur Physiopathol Respir 1983; 19 suppl. 5: 45-51. | |
| Ref. 3 - Variabiliteit bij patiënten | |
| Tweeddale PM, Alexander F, McHardy GJR. Short term variability in FEV1 and bronchodilator responsiveness in patients with obstructive ventilatory defects. Thorax 1987; 42: 487-490. | |
| Sourk RL, Nugent KM. Bronchodilator testing: confidence intervals derived from placebo inhalations. Am Rev Respir Dis 1983; 128: 153-157. | |
| Rozas CJ, Goldman AL. Daily spirometric variability. Normal subjects and subjects with chronic bronchitis with and without airflow obstruction. Arch Intern Med 1982; 142: 1287-1291. | |
| Ref. 4 - Literatuer over bronchusverwijding | |
| Sourk RL, Nugent: Bronchodilator testing: confidence intervals derived from placebo inhalations. Am Rev Respir Dis 1983; 128: 153-157. | |
| Tweeddale PM, Alexander F, McHardy GJR. Short term variability in FEV1 and bronchodilator responsiveness in patients with obstructive ventilatory defects. Thorax 1987; 42: 487-490. | |
| Eliasson O, Degraff AC. The use of criteria for reversibility and obstruction to define patient groups for bronchodilator trials. Influence of clinical diagnosis, spirometric, and anthropometric variables. Am Rev Respir Dis 1985; 132: 858-864. | |
| Meslier N, Racineux JL. Tests of reversibility of airflow obstruction. Eur Respir Rev 1991; 1: 34-40. | |
| Quanjer PhH, Tammeling GJ, Cotes JE, Pedersen OF, Peslin R, Yernault JC. Lung volumes and forced ventilatory flows. Eur Respir J 1993; 6 suppl. 16: 5-40. | |
| Brand PLP, Quanjer PhH, Postma DS, Kerstjens HAM, Koëter GH, Dekhuyzen PNR, Sluiter HJ, Dutch CNSLD Study Group. Interpretation of bronchodilator response in patients with obstructive airway disease. Thorax 1992; 47: 429-436. | |
| Waalkens HJ, Merkus PJFM, van Essen-Zandvliet EEM, Brand PLP, Gerritsen J, Duiverman EJ, Kerrebijn KF, Knol K, Quanjer PhH. Dutch CNSLD Study Group. Assessment of bronchodilator response in children with asthma. Eur Respir J 1993; 6: 645-651. | |
| Casan P, Roca J, Sanchis J: Spirometric response to a bronchodialtor. Reference values for healthy children and adolescents. Bull Europ Physiopath Resp 1983; 19: 567-569. | |
| Pardos Martinez C, Fuertes Fernández-Espinar J, Nerín de la Puerta I, González Pérez-Yarza E: Cuándo se considera positivo el test de broncodilatación. Anales Españoles de Pediatria 2002; 57: 5-11. | |
| Dales RE, Spitzer WO, Tousignat P, Schechter M, Suissa S: Clinical interpretation of airway response to a bronchodilator. Epidemiologic considerations. Am Rev Respir Dis 1988; 138: 317-320. | |
| Ref. 5 - Geïsoleerde toename in de VC | |
| Ramsdell JW, Tisi GM. Determination of bronchodilatation in the clinical pulmonary function laboratory: role of change in static lung volumes. Chest 1979; 76: 622-628. | |
| Girard WM, Light RW. Should the FVC be considered in evaluating response to bronchodilator? Chest 1983; 84: 87-89. | |
| Tweeddale PM, Alexander F, McHardy GJR. Short term variability in FEV1 and bronchodilator responsiveness in patients with obstructive ventilatory defects. Thorax 1987; 42: 487-490. | |
| Miller WF, Scacci R, Gast LR. Laboratory evaluation of pulmonary function (p. 276). JB Lippincott, Philadelphia, 1987. SBN 0-397-50574-4 | |
| Enright PL, Hyatt RE. Office spirometry (p. 191). Lea & Febiger, Philadelphia, 1987. ISBN 0-8121-1075-7 | |
| Berger R, Smith D. Acute postbronchodilator changes in pulmonary function parameters in patients with chronic airways obstruction. Chest 1988; 93: 541-546. | |
| Ref. 6 - Geïsoleerde toename in FVC: artefact? | |
| Berger R, Smith D. Acute postbronchodilator changes in pulmonary function parameters in patients with chronic airways obstruction. Chest 1988; 93: 541-546. | |
| Ref. 7 - Flow versus volume responders | |
| Woolcock AJ, Read J. Improvement in bronchial asthma not reflected in forced expiratory volume. Lancet 1965; 1323-1325. | |
| Ramsdell JW, Tisi GM. Determination of bronchodilation in the clinical pulmonary function laboratory. Role of changes in static lung volumes. Chest 1979; 76: 622-628. | |
| Paré PD, Lawson LM, Brooks LA. Patterns of response to inhaled bronchodilators in asthmatics. Am Rev Respir Dis 1983; 127: 680-685. | |