Globale oorzaken van een te kleine VC
De IVC en FVC kunnen afnemen ten gevolge van
Expiratoire luchtwegobstructie
Er treedt tijdens uitademing vroegtijdige luchtwegafsluiting op in kleine luchtwegen door
- ophoping van secreet
- verdikking van de mucosa door ontsteking
-oedeem
-celinfiltratie
- hypertrofie en hyperplasie van klieren
-hypertrofie en hyperplasie van spieren
-afzetting van collageen materiaal - gladde spiercontractie
- slappe long (emfyseem): door verlies van alveoli en van alveolaire aanhechtingen worden kleine luchtwegen niet open gehouden
Restrictieve longaandoening
Beperking van het maximale longvolume door
- neurogene of psychogene oorzaken
- afwijkingen van de thoraxwand
- intrathoracale pathologie
-verstijving (fibrosering)
-verlies longweefsel, bijv. pneumonectomie
-verdringing
Algemene opmerkingen
- Spirometrie kan niet worden gebruikt om een restrictieve aandoening aan te tonen, wel om deze uit te sluiten: bij een normale VC hoeft met restrictie geen rekening te worden gehouden.
- Hoe ernstiger de mate van luchtwegobstructie, hoe gebruikelijker het is dat de vitale capaciteit te klein is. In de huisartspraktijk zijn restrictieve aandoeningen zeldzaam en hoeft bij luchtwegobstructie en een te kleine VC zelden een restrictieve longaandoening te worden overwogen. Indien de FVC te klein is en de IVC niet is bepaald kan worden overwogen beide te bepalen: is de FVC beduidend kleiner dan de IVC, dan pleit dit voor een obstructieve longaandoening.
- Is er geen luchtwegobstructie maar is de VC te klein, dan dient in de eerste plaats te worden gedacht aan onvoldoende medewerking.
- Een restrictieve longaandoening kan alléén worden vastgesteld op basis van een te kleine totale longcapaciteit. Vraag zo’n bepaling, evenals een thoraxfoto, alleen aan indien er ook klinische aanwijzingen zijn dat een restrictieve aandoening in het spel zou kunnen zijn, en dan alleen als u intrathoracale pathologie vermoedt. Vanwege de i.h.a. lage prevalentie van een restrictief syndroom is de predictieve waarde van een positieve bevinding erg laag en is de kosten/baten verhouding voor vaststellen van één geval van restrictie zelfs in een klinische populatie hoog (zie Aaron hieronder). Gebruik als vuistregel dat longvolumes ter bevestiging van verdenking op een restrictieve aandoening alleen maar bepaald dienen te worden als FEV1%FVC > 55% en FVC%pred < 85%. Deze regel heeft 96% sensitiviteit voor een te lage TLC en 98% negatieve pvoorspellende waarden voor het uitsluiten van restrictie (Glady).
| Zie ook: | Restrictieve longaandoening |
| Klinische oorzaken restrictief syndroom | |
| Bevestiging restrictief syndroom | |
| Restrictieve aandoeningen in de kindergeneeskunde |
Prevalentie van restrictieve aandoeningen en kosten-effectiviteit van diagnostisch
onderzoek
Aaron SD, Dales RE, Cardinal P. How accurate is spirometry at
predicting restrictive pulmonary impairment? Chest 1999; 115:
869-873.
Glady CA, Aaron SD, Lunau M, Clinch J, Dales RE. A spirometry-based algorithm to direct lung function testing in the pulmonary function laboratory. Chest 2003; 123: 1939–1946.