Ziekteprevalentie en predictieve waarde van een test
Het vermogen om op grond van testresultaten gezonden en patiënten juist in te delen hangt mede af van de ziekteprevalentie in de onderzochte populatie. Daarom is de predictieve waarde van een test in principe sterk verschillend in de huisartsenpraktijk of bedrijfsgezondheidszorg en in de (poli-)klinische praktijk. De volgende voorbeelden (ontleend aan ref. 1), waarin de sensitiviteit en specificiteit gelijk zijn, en die betrekking hebben op twee populaties van 1800 personen, maken dit duidelijk.
| Klinisch | Test resultaat | Test resultaat | ||||
| + | - | Total | + | - | Totaal | |
| Ziek | 240 | 30 | 270 | 16 | 2 | 18 |
| Niet ziek | 60 | 1470 | 1530 | 71 | 1711 | 1782 |
| Totaal | 300 | 1500 | 1800 | 87 | 1713 | 1800 |
| Prevalentie | 15% | 1% |
| Sensitiviteit | 89% | 89% |
| Specificiteit | 96% | 96% |
| + Predictieve waarde | 80% | 18.4% |
| - Predictieve waarde | 89% | 99.9% |
| Efficientie | 95% | 95.9% |
Hieronder wordt grafisch getoond hoe de prevalentie van ziekte in de onderzochte bevolking van invloed is op de bovenstaande indices.
Ref. 1 - Voorbeeld ontleend aan:
Quanjer PhH, Stocks J, Polgar G, Wise M, Karlberg J,
Borsboom G. Compilation of reference values for
lung function measurements. In: Standardization
of lung function tests in paediatrics. Eur Respir J
1989; 2 suppl 4: 184s-261s.