Bronnen van variantie
Zoals we zagen is er variatie in de grootte van de IVC die samenhangt met die in de lengte. Op bijgaande illustratie is in een gele klok uitgezet hoe de verdeling van de waarnemingen is voor de verklarende variabele (de hoogte geeft aan hoe vaak een waarneming werd gedaan), en gekanteld hetzelfde voor de afhankelijke variabele. Het is duidelijk dat een belangrijk deel van de waargenomen spreiding op de Y-as kan worden verklaard door de variaties in de verklarende variabele. Niet alles echter, anders zouden de waarnemingen op de rechte lijn liggen.
Eerder hebben we gesproken over fouten. Er kunnen systematische en niet-systematische fouten worden gemaakt bij zowel de meting van de lengte als van de IVC (ons voorbeeld), en zulke fouten verklaren een deel van de spreiding om de lijn. Er zijn ook andersoortige "fouten". Zo hebben mensen niet dezelfde lichaamsbouw, of dezelfde eigenschappen van longen en luchtwegen, zodat mensen van dezelfde lengte niet dezelfde IVC hebben. Mannen hebben voor dezelfde lengte een grotere IVC dan vrouwen. Er zijn ook rasgebonden verschillen: blanken hebben bijv. voor dezelfde lengte een grotere IVC dan zwarte mensen. Dit zijn bronnen van tussenpersoonsvariabiliteit.
Als we bij dezelfde persoon herhaalde metingen verrichten, krijgen we niet steeds hetzelfde resultaat. Dat kan berusten op verschillen in de medewerking van de onderzochte, of aan het feit dat de meting zelf al invloed heeft op de resultaten van volgende metingen, maar er zijn ook verschillen die samenhangen met het moment van de dag of het seizoen waarin gemeten wordt, voorafgaande inspanning, etc. Bij patiënten heeft de activiteit van het ziekteproces invloed, en het gebruik van geneesmiddelen. Dit zijn allemaal voorbeelden van binnenpersoonsvariabiliteit.
Tot zover oorzaken van biologische variabiliteit. Tot de vele andere meetfouten behoren die veroorzaakt door
• instrumenten,
• ijkingen e.d., maar ook
• afleesfouten
• door de manier van onderzoeken:
-
hoe ervaren en gemotiveerd is degene die het onderzoek uitvoert?
-
wordt maar één keer een VC gemeten of de beste van 3,
-
gaat het om allemaal goed uitgevoerde pogingen,
-
is de onderzochte wel in rust en goed geïnstrueerd,
-
komen de opeenvolgende bepalingen te snel op elkaar,
-
heeft de onderzochte al eerder longfunctie-onderzoek ondergaan of niet (leereffect), etc.?
De gele bel langs de Y-as komt dus tot stand doordat
• de IVC groter wordt naarmate de persoon groter is, maar daarnaast door
• alle andere bronnen van variabiliteit in de IVC, die we onder "fouten" samenvatten.