Lilly type pneumotachometer
De stroomsnelheid (V') wordt gemeten d.m.v. het drukverval over een vaste kleine weerstand (R). Bij dit type pneumotachograaf wordt de weerstand gevormd door een fijnmazig gaasje. De relatie tussen het drukverval (P1 - P2) en de stroomsnelheid is lineair bij relatief kleine stroomsnelheden (laminaire of laagjesstroming). Bij hogere stroomsnelheden ontstaan er wervelingen (turbulente stroming), waardoor het drukverval over de weerstand meer dan evenredig toeneemt met de stroomsnelheid. Voor een nauwkeurige berekening van de stroomsnelheid uit het drukverval gaat de voorkeur uit naar een lineaire relatie (laminaire stromingscondities).
Door de trompetvormige deksels van de pneumotachograafkop zal het stromingspatroon ter plaatse van het gaasje voor een groot flowbereik laminair zijn. Dit laatste heeft tot gevolg dat een pneumotachograaf van het type Lilly lineair is bij stroomsnelheden tussen tenminste 0 en 12 L/s.
Vervuiling en vocht kunnen een hogere weerstand en dus een van een voorgaande ijking afwijkende gevoeligheid tot gevolg hebben. Ook de viscositeit van het te meten gas, de gassamenstelling en de temperatuur beïnvloeden deze gevoeligheid (ref. 1).
Ref. 1 - Meten gasstroom
Een samenvatting van de factoren die de meting van de gasstroom met een pneumotachometer beïnvloeden is te vinden in Appendix A, pp.
30-32 in: Quanjer PhH, Tammeling GJ, Cotes JE, Pedersen OF,
Peslin R, Yernault JC. Lung volumes and forced ventilatory
flows. Eur Respir J 1993; 6 suppl. 16: 5-40.