IJken van (electronische) spirometers
IJken van een electronische spirometer kan het beste gebeuren aan het primaire meetsignaal: de flow. Dit is een lastige procedure, die in de meeste gevallen niet door een gebruiker zelf uitgevoerd kan worden. Op een goede tweede plaats komt een zogenaamde ‘volume-ijk’
(ref. 1). Men ijkt dan de combinatie van flowmeter met de integrator. Voor deze volume-ijk wordt een ijkspuit gebruikt van 1 of 3 liter. De 3-liter spuit heeft de voorkeur. Deze kostbare instrumenten zijn zeer nauwkeurig, robuust, en relatief gemakkelijk te hanteren.
| IJkprocedure |
| • |
Zorg dat, wanneer u een spirometer aanschakelt, er geen lucht door de flow-opneemkop kan stromen: dus niet bewegen, geen tocht door de kop. Veel apparaten maken op dat moment een ijk van nul-flow. Het beste is om één kant van de opnemer af te sluiten bij het aanschakelen van de spirometer, en soms nog enige seconden daarna. |
| • |
Sommige spirometers beschikken over een ijkprogramma. Zulke instrumenten zullen ook in staat zijn om correcties uit te voeren, indien de ijking niet klopt. Instructies in de handleiding, of op een scherm, voeren U door dit ijkprogramma. |
| |
De meeste electronische spirometers hebben geen ijkprogramma. Er moet dan -als het ware- een geforceerde expiratoire manoeuvre uitgevoerd worden met een ijkspuit. |
| |
• |
De gemeten FVC-waarde moet binnen 105 mL gelijk zijn aan het volume van de 3 liter ijkspuit. |
| |
• |
De lineariteit van het instrument wordt als volgt onderzocht. De manoeuvre wordt drie maal herhaald bij verschillende flows, dus bij verschillende verplaatsingssnelheden van de zuiger van de spuit. Indien mogelijk, volg de flow op het scherm van de spirometer, en genereer flow-volume curven met de spuit met zo constant mogelijke gemiddelde expiratoire flows van 4, 8, en 12 liter/seconde. Bij al deze flows zal de FVC-waarde dezelfde moeten zijn: bij gebruik van een 3 liter spuit mag de FVC niet meer dan 105 mL fout aanwijzen en moet deze fout niet systematisch met de expiratoire flow variëren. |
| |
• |
Bij afwijkingen in de gevonden FVC-waarde zal de gebruiker bijna nooit in staat zijn om de fout te corrigeren: de spirometer moet weer terug naar de leverancier. |
| • |
De ijking van een electronische spirometer zou idealiter elke keer moeten gebeuren wanneer het apparaat wordt aangezet. Dit is in de praktijk meestal niet haalbaar. Afhankelijk van de intensiteit van het gebruik, zal een ijking elke week of eens per 2 weken moeten worden uitgevoerd. Het is goed om in ieder geval de spirometer na elke schoonmaakbeurt te ijken.
|
| Ref. 1 -Gebuik van een geijkte spuit |
| 1 |
Clausen JL. Pulmonary
function testing, guidelines and controversies. Academic
Press 1982. |
| 2 |
Quanjer PhH, Tammeling GJ,
Cotes JE, Pedersen OF, Peslin R, Yernault JC. Lung volumes
and forced ventilatory flows. Eur Respir J 1993; 6 suppl.
16: 5-40. |
| |
|