Toedieningsvormen
De laatste jaren is het aantal hulpmiddelen bij inhalatietherapie zodanig toegenomen, dat er nu voor elke leeftijd geschikte systemen bestaan. Bij inhalatietherapie is het van groot belang voor iedere patiënt een optimale toedieningsvorm te kiezen, zodat met een zo laag mogelijke dosis volstaan kan worden. De initiële keuze van de optimale toedieningsvorm wordt bepaald door de leeftijd van de patiënt. Tabel 1 kan gebruikt worden om de juiste toedieningsvorm te kiezen. Goede instructie van de patiënt en herhaalde controle van de techniek zijn belangrijke voorwaarden voor een goed gebruik .
Tabel 1. Toedieningsvormen bij inhalatietherapie voor astma bij kinderen, naar leeftijd
| toedieningsvorm | leeftijd in jaren |
|||
| vernevelaar | < 4 |
4-7 |
> 7 |
|
| kapje | + |
- |
- |
|
| mondstuk | - |
(+) |
- |
|
| dosisaërosol | ||||
Aerochamber |
||||
| kapje | + |
- |
- |
|
| mondstuk | - |
- |
+ |
|
Nebuhaler |
||||
| kapje | + |
- |
- |
|
| mondstuk | - |
- |
+ |
|
Babyhaler |
||||
| kapje | + |
- |
- |
|
Volumatic |
||||
| mondstuk | - |
+ |
+ |
|
Autohaler |
- |
- |
+ |
|
| Poederinhalatoren | - |
- |
+ |
|
+ = geschikt: (+) = alleen op bijzondere indicatie voorschrijven: - = ongeschikt.