Waarom referentie-waarden
Longziekten komen veel voor. Zij veroorzaken naast ziekteverschijnselen ook obstructieve en/of restrictieve stoornissen van de longfunctie, die dus in maat en getal moeten worden vastgelegd. Zelden is vooraf een longfunctiemeting verricht in een fase zonder ziekte, en is het dus niet zo gemakkelijk om te beoordelen of de gemeten longfunctie normaal voor die persoon is. Dan moet worden gegrepen naar referentiewaarden, d.w.z. voorspellingen van de longfunctie voor een
- gezonde persoon van
- dezelfde lengte,
- leeftijd
- geslacht en
- etnische groep
De beste referentiewaarde voor een patiënt is echter een longfunctiemeting verricht in een klinisch optimale fase.