Referentiepopulatie vormt een minderheid
![]() |
![]() |
Van de populatie voldoet maar een beperkt percentage aan alle voorwaarden voor “pulmonale gezondheid” ,
zodat een kleine referentiegroep overblijft. Neem als voorbeeld de bevolking van Vlaardingen en Vlagtwedde, die deelnam aan een longitudinaal epidemiologisch longonderzoek dat onder auspiciën van de TNO Werkgroep Epidemiologie van Cara werd uitgevoerd. Van de door de Leidse afdeling fysiologie onderzochte mannen heeft minder dan 13%, van de vrouwen 48% nooit gerookt.
Van de vrouwen heeft 70% nooit respiratoire klachten gehad, bij de mannen is dit 65%.
Combineren we deze gegevens, verzameld in de jaren tussen 1972 en 1985, dan blijkt dat slechts ongeveer 1 op 10 mannen op grond van rookgewoonten en respiratoire anamnese tot de referentiegroep kan worden toegelaten; bij de vrouwen blijft ongeveer een derde over.

