| Longfunctie-onderzoek wordt met veel verschillende oogmerken uitgevoerd, bijv.: |
| • |
Hulp bij het stellen van de juiste diagnose bij een patiënt. |
| • |
Prognose van de ziekte bij een patiënt beoordelen. |
| • |
Nagaan of ziekte aanwezig is in een vroeg stadium, dus voordat er duidelijke klinische verschijnselen zijn. |
| • |
Hulp bij het kwantificeren van de ernst van aandoeningen van longen en luchtwegen. |
| • |
Beoordeling van het effect van therapie, zoals van corticosteroïden, bronchusverwijders, maar ook van toxische effecten, bijv. bij toediening van cytostatica die tot een restrictief syndroom kunnen leiden. |
| • |
Opsporen van risicofactoren, zoals bijvoorbeeld de kans op ontwikkeling van ziekte in de toekomst, of het risico bij operatie. |
| • |
Beoordelen van normale longgroei of -veroudering. |