Welkom
Het programma SpirXpert geeft geautomatiseerde beoordelingen van spirometrische gegevens van patiënten, verkregen tijdens een geforceerde uitademing. De consensusgroep die dit programma tot stand bracht wijst er met nadruk op dat deze beoordelingen bedoeld zijn als hulpmiddel, een handreiking bij het behandelen van een patiënt. De beoordeling, de beslissing over de diagnose, de behandeling, en alle medische interventies bij patiënten blijven onverkort het domein en de verantwoordelijkheid van de arts zelf, die op grond van een veelheid aan gegevens, waarvan het spirometrisch onderzoek slechts een onderdeel vormt, tot een besluit komt.
- Het programma baseert de geautomatiseerde interpretatie uitsluitend op de waarde van het FEV1 en de FVC of IVC voor en/of na toediening van een snelwerkend bronchusverwijdend medicament, en normeert deze voor lengte, leeftijd, geslacht en etnische groep. Er kan worden gekozen uit een grote set voorspelde waarden voor kinderen/adolescenten en voor volwassenen. Hiertoe behoren referentiewaarden afgeleid van een grote groep Europese kinderen en adolescenten, en van door de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, en de European Respiratory Society, aanbevolen voorspellingen voor volwassenen. Deze laatste bleken voor Nederlanders te lage waarden te voorspellen en zijn daarom aangepast.
- Er is in een gezonde populatie grote spreiding in spirometrische waarden die mogen worden verwacht op grond van leeftijd, lengte, geslacht en etnische groep, reden te meer om bij de interpretatie van getallen veel gewicht te hechten aan de klinische gegevens en voorgeschiedenis. De beste voorspelde waarde voor een patiënt is wat wordt gemeten in een klinisch goede fase, de persoonlijke referentiewaarde; dan kan bijv. blijken dat waarnemingen die in het “normale” gebied vallen lang niet optimaal zijn voor die patiënt.
- Inspiratoire luchtwegobstructie moet worden opgespoord met inspiratoire metingen, u krijgt hierover géén informatie via het FEV1 en de FVC of IVC.
- Spirometrische gegevens zijn aspecifiek en dus niet pathognomonisch voor een bepaalde diagnose. Zo zijn er zeer verschillende aandoeningen die kunnen leiden tot een obstructief (expiratoir) syndroom.
- Spirometrische gegevens kunnen alleen worden gebruikt om een restrictief syndroom met zeer grote waarschijnlijkheid uit te sluiten, beslist niet om een restrictieve aandoening aan te tonen; voor dat laatste is een bepaling van de totale longcapaciteit nodig..
- De respons op een bronchusverwijder is een momentopname, die van dag tot dag kan verschillen.
