Introductie tot longfunctie onderzoek
De SpirXpert webstek beoogt beter begrip bij te brengen van de fysiologie en pathofysiologie van de ademhaling. Hierbij valt de nadruk op de beoordeling van spirometrische gegevens van patiënten, verkregen tijdens een geforceerde uitademing. De beoordeling, de beslissing over de diagnose, de behandeling, en alle medische interventies bij patiënten blijven onverkort het domein en de verantwoordelijkheid van de arts zelf, die op grond van een veelheid aan gegevens, waarvan het spirometrisch onderzoek slechts een onderdeel vormt, tot een besluit komt.
- Er is in een gezonde populatie grote spreiding in spirometrische waarden die mogen worden verwacht op grond van leeftijd, lengte, geslacht en etnische groep, reden te meer om bij de interpretatie van getallen veel gewicht te hechten aan de klinische gegevens en voorgeschiedenis. De beste voorspelde waarde voor een patiënt is wat wordt gemeten in een klinisch goede fase, de persoonlijke referentiewaarde; dan kan bijv. blijken dat waarnemingen die in het “normale” gebied vallen lang niet optimaal zijn voor die patiënt.
- Inspiratoire luchtwegobstructie moet worden opgespoord met inspiratoire metingen, u krijgt hierover géén informatie via de FEV1 en de FVC of IVC.
- Spirometrische gegevens zijn aspecifiek en dus niet pathognomonisch voor een bepaalde diagnose. Zo zijn er zeer verschillende aandoeningen die kunnen leiden tot een obstructief (expiratoir) syndroom.
- Spirometrische gegevens kunnen alleen worden gebruikt om een restrictief syndroom met zeer grote waarschijnlijkheid uit te sluiten, beslist niet om een restrictieve aandoening aan te tonen; voor dat laatste is een bepaling van de totale longcapaciteit nodig..
- De respons op een bronchusverwijder is een momentopname, die van dag tot dag kan verschillen.